ECLI:NL:CRVB:2010:BN2176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing langdurigheidstoeslag wegens verwijtbaar handelen arbeidsinschakeling
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Maastricht verlaagde de bijstand met 50% vanwege het niet meewerken van appellante aan een medisch onderzoek gericht op haar arbeidsinschakeling. Tevens wees het College de aanvragen voor langdurigheidstoeslag af, omdat appellante onvoldoende had geprobeerd algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat de afwijzing onterecht was. De Raad oordeelde dat het College bevoegd is om beleidsregels te stellen omtrent de beoordeling van het criterium 'voldoende trachten arbeid te verkrijgen'. Het weigeren van de langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen aan dit criterium is niet gelijk aan een verlaging van de toeslag.
De Raad stelde vast dat de maatregel van 18 oktober 2005, die betrekking had op het niet meewerken aan een onderzoek, onherroepelijk is geworden en dat dit verwijtbaar handelen inhoudt. De Raad concludeerde dat het College terecht heeft geoordeeld dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor toekenning van de langdurigheidstoeslag en bevestigde de aangevallen uitspraken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de langdurigheidstoeslag wegens verwijtbaar handelen van appellante.