ECLI:NL:CRVB:2010:BN2170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende beoordeling psychische beperkingen arbeidsongeschiktheid
Appellant, woonachtig in Marokko, ontving sinds 1985 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na diverse medische onderzoeken en herzieningen stelde het UWV in 2003 de uitkering per 7 mei 2004 stop vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Appellant maakte bezwaar en het UWV handhaafde dit besluit in een nieuw besluit in 2008, waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 15 tot 25%.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV ten onrechte geen rekening had gehouden met de psychische beperkingen van appellant, die verband houden met een paniekstoornis met agorafobie, en dat deze beperkingen reeds bij eerdere herzieningen een rol speelden. Het UWV had onvoldoende onderzocht of deze beperkingen tot een andere mate van arbeidsongeschiktheid leidden.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, waardoor het onderzoek werd heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten en bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van de overwegingen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen besluit 1 wordt niet-ontvankelijk verklaard; het hoger beroep tegen besluit 2 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.