ECLI:NL:CRVB:2010:BN2065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAZ-uitkering en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante heeft sinds 2000 een procedure gevoerd om een WAZ-uitkering te verkrijgen vanwege diverse gezondheidsklachten die haar arbeidsongeschikt zouden maken. Het UWV heeft deze uitkering meerdere malen geweigerd, waarna appellante beroep instelde. De rechtbank heeft eerder het arbeidskundige deel van het besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen.
In het bestreden besluit van november 2008 weigerde het UWV wederom de uitkering toe te kennen, waarbij werd aangenomen dat appellante medisch geschikt was voor bepaalde functies zoals inpakker, huishoudelijk medewerker en keukenhulp. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep volgt dit oordeel over de medische geschiktheid en bevestigt dat de belasting in deze functies niet de medische beperkingen overschrijdt.
De Raad stelt vast dat de procedure een overschrijding van de redelijke termijn van ruim vier jaar kent, welke volledig aan het UWV is toe te rekenen. Daarom vernietigt de Raad het besluit, verklaart het beroep gegrond, laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand en veroordeelt het UWV tot een schadevergoeding van €4.500,- en vergoeding van proceskosten en griffierecht. Een deskundige benoemen acht de Raad niet nodig, omdat de medische grondslag onherroepelijk is vastgesteld.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAZ-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €4.500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.