ECLI:NL:CRVB:2010:BN1968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CIZ wegens onvoldoende indicatie extra drinkmomenten bij persoonlijke verzorging
Appellante, lijdend aan ernstige posttraumatische spierdystrofie, was geïndiceerd voor diverse vormen van zorg op grond van de AWBZ. Na een bezwaarprocedure tegen een besluit van 10 november 2006 waarin CIZ geen extra tijd toekende voor zes drinkmomenten tussen maaltijden, werd het beroep door de rechtbank ongegrond verklaard. Appellante stelde in hoger beroep dat de indicatie onvoldoende rekening hield met haar specifieke zorgbehoeften, waaronder het drinken tussen de maaltijden.
De Raad onderzocht of CIZ terecht geen extra tijd had geïndiceerd voor deze drinkmomenten. CIZ stelde dat de zorg beperkt was tot het klaarzetten of aanreiken van drinken, omdat appellante haar arm en hand kon gebruiken. De Raad verwierp dit standpunt op basis van medisch advies waaruit bleek dat appellante niet in staat was zelfstandig te drinken en dat de functionele mogelijkheden van haar rechterarm en hand niet waren verbeterd.
De Raad concludeerde dat de zorg voor de drinkmomenten niet beperkt kan blijven tot het klaarzetten of aanreiken van drinken en dat daarom extra tijd voor persoonlijke verzorging moet worden toegekend. Het besluit van 10 november 2006 werd vernietigd wegens een onjuiste feitelijke grondslag. De Raad bepaalde zelf de indicatie vanaf 1 januari 2006, waarbij onder meer 8 uur en 50 minuten extra persoonlijke verzorging per week werd toegekend. Tevens werd CIZ veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van CIZ wordt vernietigd en appellante krijgt extra uren persoonlijke verzorging toegekend voor de drinkmomenten tussen maaltijden.