ECLI:NL:CRVB:2010:BN1845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving een WAO-uitkering die werd herbeoordeeld door het UWV, waarbij werd vastgesteld dat zijn arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot onder de 15%, wat leidde tot intrekking van de uitkering per 16 juli 2008. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige hebben beperkingen vastgesteld, maar concludeerden dat appellant in staat is om de geselecteerde functies te vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de medische rapportages zorgvuldig waren opgesteld en dat er geen sprake was van geen duurzaam benutbare mogelijkheden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen niet voldoende waren erkend en dat de maatmaninkomen onjuist was vastgesteld.
De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts de beperkingen adequaat had beoordeeld, rekening houdend met medische informatie van specialisten en dat de verklaring van de fractievoorzitter geen medisch gewicht had. De arbeidskundige onderbouwing van de geselecteerde functies werd als voldoende beschouwd. De Raad bevestigde dat er geen reden was voor een maatmanwisseling en concludeerde dat appellant terecht in staat werd geacht de functies te vervullen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de intrekking van de WAO-uitkering en de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant niet voldoet aan de criteria voor duurzame arbeidsongeschiktheid.