ECLI:NL:CRVB:2010:BN1780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks longziekte sarcoïdose
Appellante stelde in hoger beroep dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar longziekte sarcoïdose bij het vaststellen van haar arbeidsongeschiktheid en dat haar beperkingen waren onderschat. Zij verwees naar medische informatie van haar behandelend longarts, een second-opinion longarts, een Gz-psycholoog-neuropsycholoog en haar huisarts.
De rechtbank had deze medische informatie uitgebreid beoordeeld en geoordeeld dat het besluit van het UWV om de WAO-uitkering te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% rechtmatig was. De Raad volgt dit oordeel en ziet geen aanleiding om een onafhankelijk deskundige in te schakelen.
Het UWV achtte appellante geschikt voor niet al te zware fysieke werkzaamheden gedurende vier uren per dag, met de mogelijkheid om 's middags twee uren te rusten. De Raad vindt dat het UWV een volledig beeld had van de gezondheidssituatie van appellante en dat de beperkingen niet zijn overschat.
Het hoger beroep van appellante faalt en de Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.