ECLI:NL:CRVB:2010:BN1659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing verzoek tot herziening en terugvordering WW-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het Uwv tot herziening en terugvordering van WW-uitkeringen uit 2004. Na afwijzing van bezwaar en beroep bij de rechtbank, stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat het bezwaar terecht werd aangemerkt als een verzoek tot terugkomen op eerdere besluiten. Volgens vaste jurisprudentie kan een verzoek tot herziening alleen slagen bij nieuwe feiten of omstandigheden die aanleiding geven tot herziening.
De Raad concludeerde dat er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden. De informatie uit strafvonnissen was reeds beschikbaar ten tijde van de oorspronkelijke besluiten en betreft een andere wettelijke context. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
De Raad zag geen reden voor een proceskostenveroordeling van het Uwv. De uitspraak werd gedaan door rechter H.G. Rottier op 8 juli 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere besluiten tot herziening en terugvordering blijven gehandhaafd.