ECLI:NL:CRVB:2010:BN1318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens ondeugdelijke medische grondslag
Appellante, werkzaam als gezinsverzorgster, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%, later verlaagd naar 65-80% na gedeeltelijke werkhervatting. Het UWV stelde in 2006 de arbeidsongeschiktheid vast op 45-55% op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en weigerde bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellante dat zij meer beperkingen heeft dan vastgesteld. Onafhankelijke deskundige dr. Van Os concludeerde dat er meer en andere beperkingen zijn, met name cognitieve beperkingen die onvoldoende in de FML zijn verwerkt.
De Raad volgt het oordeel van de onafhankelijke deskundige en oordeelt dat de medische grondslag van het UWV-besluit ondeugdelijk is. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen, inclusief een beslissing over de gevorderde renteschade. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het bestreden UWV-besluit wordt vernietigd wegens ondeugdelijke medische grondslag en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.