ECLI:NL:CRVB:2010:BN1261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, geboren in 1955 en werkzaam als callcentermedewerkster, kreeg na ziekmelding in 1997 een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
Na een herbeoordeling op grond van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (SB) trok het UWV haar uitkering per 2 april 2005 in, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. Deze beslissing werd ondersteund door medische rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, en bleef stand in bezwaar en eerdere rechtsprocedures.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de intrekking ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de keuring te vroeg plaatsvond en dat artikel 34 WAO Pro niet op haar van toepassing was, en betwijfelde de arbeidskundige onderbouwing.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen voldoende deugdelijk en zorgvuldig waren, dat eerdere uitspraken in kracht van gewijsde waren gegaan en dat de bezwaararbeidskundige juist had gehandeld. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.