ECLI:NL:CRVB:2010:BN1256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting, terugvordering en boete op WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellant ontving sinds 1996 een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een anonieme tip startte het UWV een fraudeonderzoek waaruit bleek dat appellant sinds 2001 werkzaamheden verrichtte voor het bedrijf van zijn echtgenote zonder dit te melden. Een arbeidsdeskundig rapport concludeerde dat appellant en zijn echtgenote elk 50% van de werkzaamheden verrichtten.
Het UWV heeft op basis hiervan de uitkering over 2005 gekort naar een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%, het teveel betaalde bedrag teruggevorderd en een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij de verdeling van de winst en de rechtmatigheid van de boete bevestigde.
In hoger beroep betwist appellant de juistheid van de verdeling en stelt dat hij slechts hulp bood zonder op geld waardeerbare werkzaamheden te verrichten. De Raad oordeelt dat de verklaring van appellant tegenover de fraude-inspecteur betrouwbaar is en dat geen bewijs is geleverd voor zijn stelling. De Raad acht de verdeling van 50% winsttoerekening aan appellant redelijk en bevestigt de korting, terugvordering en boete. Er zijn geen dringende redenen om hiervan af te zien.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting, terugvordering en boete wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid.