ECLI:NL:CRVB:2010:BN1250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Heropening en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
De zaak betreft een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke procedure over een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De procedure duurde ruim zeven jaar en acht maanden, waarbij de Raad constateerde dat de redelijke termijn zowel in de bestuurs- als rechterlijke fase was overschreden.
De Staat erkende de overschrijding in de rechterlijke fase en stelde een vergoeding van € 2.000 redelijk, zonder bijzondere omstandigheden voor verhoging of verlaging. Het UWV stelde dat slechts een deel van de vertraging aan haar toe te rekenen was en dat een vergoeding van € 1.500 passend was, omdat de vertraging deels werd veroorzaakt door de Belastingdienst.
De betrokkene voerde aan dat het proces gekenmerkt werd door vooringenomen handelen en voortdurende tegenwerking, wat zwaarwegende redenen gaf voor een hogere vergoeding. De Raad oordeelde echter dat de overschrijding van ruim drie jaar niet gerechtvaardigd was en dat de vertraging door de Belastingdienst aan het UWV toegerekend moest worden.
De Raad stelde de totale schadevergoeding vast op € 4.000, verdeeld in € 2.000 voor de Staat en € 2.000 voor het UWV. De betrokkene werd geacht voldoende compensatie te ontvangen, gezien de gebruikelijke spanning en frustratie bij dergelijke langdurige procedures. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Staat der Nederlanden en het UWV worden elk veroordeeld tot betaling van € 2.000 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.