ECLI:NL:CRVB:2010:BN0627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over nabestaandenuitkering pseudoweduwe op grond van de Algemene nabestaandenwet
Appellante, een pseudoweduwe, had een nabestaandenuitkering aangevraagd op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar ex-echtgenoot. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende haar een uitkering toe die gemaximeerd was op de laatst ontvangen alimentatie, waarbij haar WAO-uitkering volledig in mindering werd gebracht. Appellante maakte bezwaar tegen deze korting en stelde dat dit in strijd was met de geest van de ANW, omdat zij hierdoor in financiële nood was gekomen en een beroep moest doen op de Wet werk en bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de wettelijke regeling, waaronder artikel 18 ANW Pro, een bewuste keuze van de wetgever weerspiegelt om de uitkering voor pseudoweduwen te maximeren op de alimentatie en inkomsten uit arbeid volledig te korten. Appellante ging hiertegen in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank.
De Raad constateerde wel dat het gevolg van de huidige systematiek mogelijk een onbedoeld effect is, waarbij het inkomen onder het sociale minimum kan komen, maar vond dat het aan de wetgever is om hierover een afweging te maken en eventuele aanpassingen door te voeren. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.