ECLI:NL:CRVB:2010:BN0620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor arbeid en beëindiging recht op ziekengeld
Appellant, laatstelijk werkzaam als inpakker, meldde zich ziek wegens rugklachten en ontving vanaf december 2007 een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde het ziekengeld per 16 februari 2008 op basis van medische beoordelingen die appellant geschikt achtten voor zijn arbeid.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat nader onderzoek uitwees dat appellant zijn lichte inpakwerk kon verrichten. In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV-onderzoek niet zorgvuldig was en verwees naar medische rapporten die ernstige beperkingen zouden aantonen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts hun standpunt voldoende inzichtelijk en gemotiveerd hebben onderbouwd. De door appellant overgelegde rapportages betreffen niet de datum in geding en bevatten geen concrete medische beperkingen die het verrichten van het eigen werk verhinderen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en acht geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het recht op ziekengeld is terecht beëindigd omdat appellant geschikt is voor zijn arbeid vanaf 16 februari 2008.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld is terecht beëindigd omdat appellant geschikt is voor zijn arbeid vanaf 16 februari 2008.