ECLI:NL:CRVB:2010:BN0615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering Ziektewet wegens geschiktheid voor arbeid
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, meldde zich ziek wegens rugklachten, later aangevuld met psychische en pijnklachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 1 april 2008, omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht voor haar werk.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts hun conclusies voldoende zorgvuldig en inzichtelijk hadden onderbouwd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten zich ook tijdens werk zouden voordoen, maar kon dit niet met medische gegevens staven.
De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts de klachten niet had kunnen objectiveren en dat de medische specialisten geen aanwijzingen gaven die het standpunt van appellante ondersteunden. Nadere stukken van appellante werden niet in behandeling genomen wegens termijnoverschrijding.
De Raad bevestigde het oordeel dat appellante geschikt is voor haar arbeid en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op Ziektewetuitkering omdat zij geschikt wordt geacht haar arbeid te verrichten.