ECLI:NL:CRVB:2010:BM9608
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van onvoldoende bewijs van direct geweld
Appellante, geboren in 1936 in voormalig Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toekenning van een periodieke uitkering op grond van de Wubo. Haar aanvraag werd in 2004 afgewezen wegens gebrek aan bewijs van relevante oorlogservaringen. In 2008 verzocht zij om herziening, waarbij zij nieuwe feiten aanvoerde, waaronder mishandeling met een bajonet en getuige zijn van mishandeling van een Japanse soldaat.
De Raad heeft in het onderzoek vastgesteld dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij direct geconfronteerd is met zeer ernstig en uitermate schokkend fysiek geweld, zoals vereist onder artikel 2 lid 1 sub d van Pro de Wubo. De verklaringen van haar zuster en nicht werden niet overtuigend geacht, mede omdat eerdere aanvragen en verklaringen deze gebeurtenissen niet vermeldden en de verklaringen onderling niet overeenstemden.
De Raad overwoog dat de aard van het geweld moet overeenkomen met doodslag of executie om onder de Wubo te vallen. Gezien het ontbreken van dergelijke bewijsvoering en het feit dat de rapporteurs bij eerste gesprekken relevante oorlogservaringen uitvragen, achtte de Raad het beroep ongegrond. Ook werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van directe confrontatie met ernstig geweld.