ECLI:NL:CRVB:2010:BM9397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om een WAO-uitkering toe te kennen na een vermeende toename van klachten. Het Uwv weigerde dit omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat zowel de medische als arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en juist waren.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en voerde aan dat de bezwaarverzekeringsarts ten onrechte de bevindingen van een gespecialiseerd centrum negeerde en dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid werd gebaseerd niet passend waren vanwege werkdruk en fysieke belasting.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de bezwaarverzekeringsarts een toereikend en juist beeld had van de gezondheidssituatie van appellante. Ook werden de functies passend geacht, waarbij de bezwaren over werkdruk en fysieke belasting niet slaagden. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2010 door J. Brand, in aanwezigheid van griffier D.E.P.M. Bary.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.