ECLI:NL:CRVB:2010:BM9369
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling WAO-uitkering van 35 tot 45% ondanks medische klachten
Appellant, voormalig bank-ijzerwerker, is na een auto-ongeval arbeidsongeschikt geraakt en ontvangt sinds 2001 een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2007 is de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 35 tot 45%. Appellant betoogde in hoger beroep dat hij geen duurzame benutbare mogelijkheden heeft en dat zijn beperkingen door meerdere aanrijdingen en whiplash niet voldoende zijn erkend.
De Raad heeft het medisch dossier en rapporten van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig bestudeerd. Ondanks de door appellant ervaren klachten zijn er geen objectiveerbare beperkingen vastgesteld die aanleiding geven tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid dan reeds vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Ook is het standpunt van appellant dat ten onrechte geen medisch deskundige is benoemd, door de Raad verworpen.
De Raad concludeert dat de belastbaarheid van appellant niet wordt overschreden door de functies die aan hem zijn toegerekend. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ongewijzigde vaststelling van de WAO-uitkering op 35 tot 45% wordt bevestigd.