ECLI:NL:CRVB:2010:BM9090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant is wegens rugklachten arbeidsongeschikt geraakt en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, omdat hij geschikt werd geacht voor bepaalde functies passend bij zijn beperkingen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Hoewel appellant bezwaar maakte tegen de beoordeling vanwege zijn medicijngebruik en pijnbeleving, vond de Raad geen nieuwe feiten die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
De Raad concludeerde dat de functies waarop het UWV zich baseerde medisch geschikt zijn voor appellant en dat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 35% terecht is. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.