ECLI:NL:CRVB:2010:BM8972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging halfwezenuitkering wegens bereiken 18-jarige leeftijd
Appellante ontving een halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) voor haar in november 1990 geboren zoon. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft bij besluit van 19 augustus 2008 de uitkering beëindigd met ingang van 30 november 2008, omdat de zoon in die maand 18 jaar werd. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd bij besluit van 17 oktober 2008 ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit eveneens ongegrond verklaard. Appellante stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep, die het hoger beroep op 23 juni 2010 behandelde. Appellante was niet aanwezig bij de zitting, de Svb werd vertegenwoordigd door een raadsman.
De Raad overweegt dat op grond van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder b, van de ANW het recht op een halfwezenuitkering eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de halfwees 18 jaar wordt. Deze dwingendrechtelijke bepaling leidt tot het einde van het recht op uitkering per genoemde datum in 2008. Het hoger beroep kan daarom niet slagen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de halfwezenuitkering wegens het bereiken van de 18-jarige leeftijd.