ECLI:NL:CRVB:2010:BM8543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medische en arbeidskundige herbeoordeling
Appellante, werkzaam als huishoudelijk medewerkster, ontving sinds 1995 een WAO-uitkering vanwege rug- en psychische klachten. Na een herbeoordeling in het kader van het aangepaste Schattingsbesluit (aSB) werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid was verminderd tot minder dan 15%, waarop het UWV haar WAO-uitkering introk met ingang van 30 januari 2008.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar zowel de bezwaarverzekeringsartsen als de arbeidsdeskundigen concludeerden dat er voldoende medische en arbeidskundige grondslag was voor de intrekking. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het UWV bevoegd was om de uitkeringsgerechtigde op te roepen en te herbeoordelen volgens artikel 23 van Pro de WAO.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat er geen nieuwe medische gegevens waren die een ander oordeel rechtvaardigden. De Raad bevestigde dat het UWV bevoegd is om herbeoordelingen uit te voeren en dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit voldoende was. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering van appellante wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.