ECLI:NL:CRVB:2010:BM8440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- B.M. van Dun
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanspraken op ziektekostenvergoeding en jubileumuitkering na vertrekregeling
Appellant was sinds 1982 in dienst bij de Kamer van Koophandel en sloot in 2000 een vertrekregeling met het bestuur. In deze regeling werd bepaald dat hij als gewezen medewerker zou worden beschouwd, waardoor hij geen recht zou hebben op bepaalde vergoedingen zoals een tegemoetkoming in ziektekosten en een jubileumuitkering.
Na correspondentie over de uitleg van de regeling verzocht appellant in 2007 formeel om duidelijkheid over zijn rechten, waarop het bestuur afwijzend besliste. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant zich bewust had moeten zijn van de betekenis van de vertrekregeling en dat hij zich had laten bijstaan door een juridisch adviseur. Er was geen sprake van misleiding of onvoldoende informatieverstrekking door het bestuur. De Raad concludeerde dat appellant met zijn handtekening instemde met de afspraken en dat de regeling hem geen aanspraken verleent op de gevraagde vergoedingen.
Daarom werd het hoger beroep van appellant verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.