ECLI:NL:CRVB:2010:BM8228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herberekening Ziektewet-dagloon na WW-uitkering en arbeidsovergang
Appellant was groepsleider bij een werkgever en werd op non-actief gesteld per 1 juli 2006, waarna zijn arbeidsovereenkomst per 1 maart 2007 werd ontbonden. Hij trad op 19 september 2006 in dienst bij een tweede werkgever voor wisselende uren. Het UWV kende hem per 1 maart 2007 een WW-uitkering toe en later een Ziektewet-uitkering (ZW) na ziekmelding vanuit de WW en vanuit het dienstverband bij de tweede werkgever.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht de gewerkte uren bij de tweede werkgever in mindering had gebracht op de WW-uitkering en dat het dagloon voor de ZW-uitkering correct was vastgesteld volgens het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen. Appellant voerde aan dat het ZW-dagloon gelijk moest zijn aan het hogere WW-dagloon, maar dit werd verworpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het nieuwe besluit op bezwaar, waarbij het ZW-dagloon opnieuw werd vastgesteld op € 65,95, correct is. Omdat appellant geen nieuwe gronden heeft aangevoerd, verklaart de Raad het hoger beroep ongegrond. Tevens worden andere WW-besluiten buiten beschouwing gelaten. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het nieuwe besluit op bezwaar betreffende het ZW-dagloon bevestigd.