ECLI:NL:CRVB:2010:BM7805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag over periode augustus tot november 2006
Appellante verzocht op 28 november 2006 om bijstand met ingang van 15 augustus 2006. Het College kende bijstand toe vanaf 28 november 2006, maar wees de aanvraag voor de periode van 15 augustus tot en met 27 november 2006 af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat over de periode van 15 augustus tot en met 23 november 2006 reeds besluitvorming had plaatsgevonden. De aanvraag van 28 november 2006 werd daarom gezien als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit tot intrekking van bijstand. Er waren geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die dit rechtvaardigden.
Voor de periode van 24 tot en met 27 november 2006, waarbij het ging om bijstand met terugwerkende kracht, waren geen bijzondere omstandigheden aanwezig die dit rechtvaardigden. Bovendien verbleef appellante van 18 oktober tot en met 26 november 2006 in detentie, waardoor zij geen recht op bijstand had volgens artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB.
De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de aanvraag over de gehele periode van 15 augustus tot en met 27 november 2006 en verbeterde de gronden van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag over 15 augustus tot en met 27 november 2006 wordt bevestigd.