ECLI:NL:CRVB:2010:BM7616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling arbeidsongeschiktheid met inachtneming van uitlooptermijn
Betrokkene, een voltijdse leidinggevend cv-monteur, viel sinds september 1998 uit wegens nek-, rug- en schouderklachten. Na een initiële WAO-uitkering van 15-25% werd deze in december 2007 verhoogd naar 45-55%. In bezwaar en beroep werd de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw onderzocht door medische en arbeidskundige deskundigen.
De rechtbank Rotterdam vernietigde het besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid per 11 december 2007 vanwege onvoldoende functies voor schatting, maar handhaafde de herziening per 27 mei 2008. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het besluit vernietigde voor 11 december 2007, omdat de uitlooptermijn en zorgvuldigheid in acht zijn genomen en geen sprake is van reformatio in peius.
Betrokkene voerde onder meer een beroep op het vertrouwensbeginsel en stelde dat zijn opleidingsniveau te hoog was vastgesteld, maar de Raad verwierp deze gronden. Het medisch onderzoek werd als zorgvuldig beoordeeld, mede omdat geen wijziging in gezondheidssituatie was vastgesteld sinds het laatste onderzoek.
De Raad bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld op 45-55% per 11 december 2007 en op 35-45% per 27 mei 2008. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid bevestigd.