ECLI:NL:CRVB:2010:BM7467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid nominale bijdrage ZVW voor gezinsleden grensarbeider in Duitsland
Appellant, woonachtig in Duitsland en werkzaam in Nederland, werd geconfronteerd met een factuur voor een nominale bijdrage ZVW voor zijn gezinsleden over 2006. Hij had zijn gezin aanvullend verzekerd in Duitsland op basis van informatie van CZ, AOK en Cvz dat zij niet meer in Nederland verzekerd konden zijn. De nominale bijdrage werd vastgesteld op grond van artikel 69 Zvw Pro en artikel 19 van Pro Verordening 1408/71, die recht op zorg in Duitsland garandeert met vergoeding door Nederland.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat appellant redelijkerwijs had kunnen weten dat zijn gezinsleden aanspraak hadden op Nederlandse zorg en dat dubbele premiebetaling voor aanvullende verzekering en nominale bijdrage terecht was. Appellant stelde in hoger beroep dat hij onjuist was voorgelicht en dat hij het E 106 formulier niet had ontvangen, maar de Raad bevestigde de rechtmatigheid van de bijdrage en benadrukte dat schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van Cvz en derden niet onder haar bevoegdheid valt.
De Raad concludeert dat de nominale bijdrage rechtmatig is vastgesteld en dat de vordering tot schadevergoeding bij de burgerlijke rechter moet worden ingesteld. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtmatigheid van de nominale bijdrage ZVW en wijst het hoger beroep af.