ECLI:NL:CRVB:2010:BM7383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezamenlijke huishouding bij intrekking en terugvordering bijstand
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd onderzocht na een anonieme tip over samenwoning met de vader van haar kind. Het College concludeerde dat zij een gezamenlijke huishouding voerden en trok de bijstand in vanwege schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank vernietigde de besluiten wegens formele fouten, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep betwistte appellante het bestaan van een gezamenlijke huishouding. De Raad oordeelde dat het feit dat betrokkene vanaf oktober 2006 hoofdzakelijk bij appellante verbleef en er kinderen uit de relatie zijn geboren, voldoende bewijs is voor een gezamenlijke huishouding. Duurzaamheid is geen vereiste criterium volgens de WWB.
De Raad bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en verwierp het hoger beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 juni 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante en betrokkene een gezamenlijke huishouding voerden, waardoor de intrekking en terugvordering van bijstand terecht is.