ECLI:NL:CRVB:2010:BM7379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- C. van Viegen
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving sinds 17 augustus 2003 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een onderzoek van de sociale recherche bleek dat zij naast een opgegeven bankrekening nog twee andere rekeningen had waarop aanzienlijke contante bedragen werden gestort, zonder dit aan het College te hebben gemeld. Het College trok daarop bij besluit van 17 januari 2007 haar bijstand in en verklaarde bij besluit van 2 mei 2007 het bezwaar ongegrond, omdat het recht op bijstand niet meer vastgesteld kon worden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de contante stortingen als inkomen kunnen worden meegenomen en dat het recht op bijstand daardoor wel degelijk kan worden vastgesteld. Het College beschikte over alle relevante bankgegevens en kon op basis daarvan een herberekening maken. Het enkele feit dat appellante tot september 2004 een bankkluisje bezat, is onvoldoende om het recht op bijstand niet vast te kunnen stellen.
De Raad concludeert dat het besluit op bezwaar van 2 mei 2007 in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en vernietigt dit besluit en de aangevallen uitspraak. Het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en tevens te beslissen over de bezwaarkosten. Daarnaast wordt het College veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.