ECLI:NL:CRVB:2010:BM7375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens niet tijdige aanvraag en ontbreken voortgezette verzekering
Appellant, geboren in 1958, werkte in Nederland en werd in mei 1991 ziek waarna hij terugkeerde naar Marokko. Met terugwerkende kracht tot 26 mei 1992 werd hem een WAO-uitkering toegekend, waardoor hij tussen 26 mei 1992 en 31 december 1999 verplicht verzekerd was volgens de volksverzekeringen.
Na het vervallen van artikel 26 van Pro KB 746 per 1 januari 2000, stelde de Sociale verzekeringsbank (Svb) dat appellant niet voortgezet verzekerd was en daarom geen recht had op kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal van 2003. Appellant diende pas in 2001 een aanvraag in, terwijl volgens artikel 14 van Pro de AKW kinderbijslag niet kan worden toegekend over perioden langer dan een jaar voorafgaand aan de aanvraag, tenzij sprake is van een 'veiligstelling'.
De Raad oordeelde dat appellant geen recht heeft op kinderbijslag over het vierde kwartaal van 1999 en de omliggende kwartalen, omdat geen bewijs is geleverd van een dergelijke veiligstelling. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag bevestigd.