ECLI:NL:CRVB:2010:BM7372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toelating vrijwillige AOW-verzekering wegens te late aanmelding
Appellant keerde in november 1994 terug naar Marokko en ontving vanaf 20 november 1995 een WAO-uitkering. Hij verzocht op 28 juni 2005 om toelating tot de vrijwillige verzekering op grond van de AOW en ANW. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat appellant zich niet binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering had aangemeld, waarbij de verplichte verzekering volgens artikel 26 van Pro het Koninklijk Besluit 746 op 1 januari 2000 was geëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat vrijwillige verzekering alleen mogelijk is aansluitend op een periode van verplichte verzekering en dat aanmelding binnen één jaar na het einde daarvan moet plaatsvinden. Omdat appellant in het jaar voorafgaand aan zijn aanvraag niet verplicht verzekerd was en de termijn was verstreken, komt hij niet in aanmerking.
Verder constateert de Raad dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de termijnoverschrijding rechtvaardigen. Appellant had kunnen weten dat hij niet meer verplicht verzekerd was en zich tijdig kunnen aanmelden. Ook het feit dat appellant een procedure over zijn WAO-uitkering niet tijdig aan de Svb heeft gemeld, speelt mee. De Raad wijst een vergoeding van proceskosten af en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van toelating tot de vrijwillige AOW-verzekering wegens te late aanmelding.