ECLI:NL:CRVB:2010:BM7340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek AOW en nabestaandenuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1986 een weduwenpensioen dat later werd omgezet in een nabestaandenuitkering en vanaf 2004 een AOW-pensioen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had in 2005 besloten dat appellante en betrokkene een gezamenlijke huishouding voerden, wat leidde tot herziening van haar uitkeringen. Appellante stelde dat zij onterecht als gezamenlijke huishouding was aangemerkt en verzocht om herziening van die besluiten, onderbouwd met vrijspraak in een strafzaak en ontlastende getuigenverklaringen.
De Svb wees het verzoek af, stellende dat de verklaringen en vrijspraak geen nieuwe feiten waren die herziening rechtvaardigden. De rechtbank vernietigde dit besluit deels en oordeelde dat de verklaringen als nieuwe feiten moesten worden beschouwd. De Svb herzag het AOW-pensioen vanaf april 2005, maar handhaafde het eerdere besluit voor de periode daarvoor. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze herziening ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat het geding zich beperkt tot de periode vóór april 2005 en dat het eerdere besluit van 10 november 2005 onherroepelijk is. De Raad stelt vast dat de getuigenverklaringen onvoldoende aanleiding geven voor herziening, mede gelet op tegenstrijdigheden met verklaringen aan de sociale recherche, observaties van buurtbewoners en waterverbruikgegevens die wijzen op een gezamenlijke huishouding. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd, waarmee het verzoek tot herziening van de AOW en nabestaandenuitkering wordt afgewezen.