ECLI:NL:CRVB:2010:BM7286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H. Bolt
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken medische urenbeperking
Appellant ontving sinds 2000 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door psychische klachten. Na een herziening in 2002 werd de uitkering per 3 juli 2003 ingetrokken door het Uwv, wat door appellant werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, maar de Raad vernietigde deze uitspraak en beval een nieuw besluit.
In het hoger beroep betoogde appellant dat zijn gezondheidssituatie onveranderd was en dat er sprake moest zijn van een urenbeperking. Het Uwv stelde dat de medische beoordeling voldoende rekening hield met zijn klachten en dat de urenbeperking in 2003 niet meer noodzakelijk was.
De Raad concludeerde dat er voldoende medische en arbeidskundige gegevens waren om het besluit te onderbouwen. De bezwaarverzekeringsarts had gemotiveerd dat de eerdere urenbeperking tijdelijk was en in 2003 geen diagnose of beperking bestond die een urenbeperking rechtvaardigde. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 3 juli 2003 wordt bevestigd wegens het ontbreken van een medische urenbeperking.