ECLI:NL:CRVB:2010:BM7235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K.J. Kraan
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot opleggen ondertekening geheimhoudingsverklaring door DWI niet vastgesteld
Betrokkene, werkzaam bij de Dienst Werk en Inkomen (DWI) van Amsterdam, werd in 2008 opgedragen een nieuw model geheimhoudingsverklaring te ondertekenen. Na weigering werd hem dit bij dienstopdracht opgelegd onder dreiging van disciplinaire maatregelen en functieverlies.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat de opgelegde verklaring afweek van het verplichte formulier zoals voorgeschreven in het Ambtenarenreglement Amsterdam (ARA) en het Besluit verklaring geheimhouding. De Raad overwoog dat de DWI niet bevoegd was om een afwijkende verklaring te eisen, ook niet op grond van artikel 204 ARA Pro.
Appellant voerde aan dat de ondertekening noodzakelijk was vanwege toegang tot externe databanken en de verplichtingen uit de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en Wet Suwi. De Raad erkende dat passende maatregelen vereist zijn, maar concludeerde dat uit de stukken niet blijkt dat de ambtenarenrechtspositieregeling een verplichte ondertekening voorschrijft.
Het hoger beroep van appellant werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de opgelegde dienstopdracht tot ondertekening van een afwijkende geheimhoudingsverklaring wordt vernietigd.