ECLI:NL:CRVB:2010:BM7218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vervroegde ingangsdatum Wajong-uitkering wegens onbekendheid geen bijzonder geval
Appellante verzocht om een vervroegde ingangsdatum van haar Wajong-uitkering, eerder dan een jaar voor de datum van haar aanvraag. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die dit rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat onbekendheid met de mogelijkheid tot aanvraag geen bijzonder geval is en dat appellante in staat was haar zaken te regelen.
In hoger beroep handhaafden partijen hun standpunten. De Raad overwoog dat de medische rapporten van verzekeringsartsen geen aanleiding geven om het standpunt van het UWV te verwerpen. Appellante was ondanks haar psychische klachten in staat geweest om hulp te vragen en diverse uitkeringen aan te vragen. Het feit dat zij niet op de hoogte was van de aanvraagmogelijkheid vormt geen verschoonbare reden.
De Raad volgde de vaste rechtspraak dat onbekendheid met regelgeving geen bijzonder geval is zoals bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Wajong. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd; geen vervroegde ingangsdatum van de Wajong-uitkering.