ECLI:NL:CRVB:2010:BM7033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling WAO-uitkering na bezwaar en hoger beroep
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te beëindigen wegens vermeende vermindering van arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar stelde het UWV de uitkering ongewijzigd vast met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80% of meer tot 9 april 2007 en daarna 25 tot 35%.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij de medische beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts en de toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige als juist beschouwde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door geen rekening te houden met een scan van de Rugpoli en een rapportage van een klinisch psycholoog die lichte ADD-problematiek signaleerde.
De Raad stelde vast dat de bezwaarverzekeringsarts de medische gegevens, inclusief de rugscan en psychologische rapportage, adequaat had beoordeeld. De functionele mogelijkhedenlijst was correct ingevuld en de voorgehouden functies waren passend bij de vastgestelde beperkingen. De Raad zag geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde de aangevallen uitspraak. Tevens wees de Raad het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit om de WAO-uitkering ongewijzigd vast te stellen.