ECLI:NL:CRVB:2010:BM7009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WIA-uitkering en arbeidskundige grondslag in hoger beroep
Appellante verzocht om een WIA-uitkering, die door het UWV werd geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. In hoger beroep betwist appellante dat haar medische beperkingen juist zijn ingeschat, met name op psychisch vlak.
De Raad overwoog dat er geen aanwijzingen zijn dat appellante op de datum in geding medisch meer beperkt was dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Diverse medische stukken en verklaringen, waaronder van een psycholoog en huisarts, boden onvoldoende steun voor een hogere mate van beperking. De Raad vond ook geen reden een medische deskundige te benoemen.
Ten aanzien van de arbeidskundige beoordeling stelde de Raad vast dat de oorspronkelijke functie verkoper groothandel ongeschikt was, maar dat de functie parkeercontroleur, die aan appellante werd voorgehouden, wel passend was. Hiermee was alsnog sprake van een deugdelijke arbeidskundige grondslag.
De Raad vernietigde het eerdere oordeel van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand moesten blijven, maar besloot vanwege de nieuwe arbeidskundige grondslag de rechtsgevolgen alsnog in stand te laten. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit op bezwaar blijven in stand vanwege een deugdelijke arbeidskundige grondslag.