ECLI:NL:CRVB:2010:BM6930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens bestaande arbeidsongeschiktheid bij vestiging in Nederland
Appellante, geboren in 1969, heeft vanaf haar geboorte tot 1976 in Marokko gewoond, vervolgens van 1976 tot 1982 in Nederland, en keerde in 1992 terug naar Nederland. Zij vroeg in 2007 een Wajong-uitkering aan vanwege volledige arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde vast dat deze arbeidsongeschiktheid al bestond bij haar vestiging in Nederland in 1992 en wees de uitkering daarom af.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals het getuige zijn van het overlijden van haar broertje tijdens haar eerdere verblijf in Nederland, tot een andere beoordeling moesten leiden. De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden echter dat zij niet voldeed aan de voorwaarden voor het buiten toepassing laten van de bestaande arbeidsongeschiktheid volgens artikel 10 Wajong Pro en de beleidsregels van het UWV.
De Raad stelde vast dat het UWV bevoegd was om de arbeidsongeschiktheid buiten aanmerking te laten en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van de beleidsregels rechtvaardigden. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.