ECLI:NL:CRVB:2010:BM6577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigen risicodragerschap voor WAO-uitkering ondanks wijziging arbeidsongeschiktheidsoorzaak
Appellante, een werkgever die sinds 1 juli 2004 eigen risicodrager is voor WAO-uitkeringen, betwistte dat zij verantwoordelijk is voor de betaling van de WAO-uitkering aan een werknemer die sinds 17 december 2003 arbeidsongeschikt was. De werknemer werd aanvankelijk ziek gemeld met een bepaalde oorzaak, maar later volledig arbeidsongeschikt verklaard vanwege ernstige psychische problemen.
De rechtbank Assen verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd overwogen dat de voorwaarden van artikel 75a van de WAO waren vervuld en dat geen uitzonderingssituaties golden. Appellante stelde in hoger beroep dat alleen de oorzaak van arbeidsongeschiktheid op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag relevant is voor het eigen risicodragerschap, en dat bij afwijking daarvan de werkgever niet aansprakelijk zou zijn.
De Raad oordeelde dat de term "die ongeschiktheid" in artikel 75a van de WAO geen causaal verband vereist tussen de aanvankelijke en latere oorzaken van arbeidsongeschiktheid. Dit volgt uit de algemene systematiek van de WAO, de wetsgeschiedenis en het doel van het eigen risicodragerschap, namelijk het stimuleren van preventie en reïntegratie. De Raad bevestigde dat de werkgever als eigen risicodrager het risico draagt zolang de werknemer op de eerste ziektedag in dienst was, ongeacht latere wijzigingen in de oorzaak van arbeidsongeschiktheid.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de werkgever als eigen risicodrager verantwoordelijk blijft voor de WAO-uitkering, ook als de oorzaak van arbeidsongeschiktheid op de eerste WAO-dag afwijkt van die op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag.