ECLI:NL:CRVB:2010:BM5974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand zonder dringende reden
Appellante ontving bijstand sinds november 2001. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok de bijstand per 3 augustus 2005 in omdat appellante een gezamenlijke huishouding voerde. Vervolgens vorderde het College de gemaakte kosten van bijstand terug over diverse periodes.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen terugvordering ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad bevestigde dat appellante vanaf 3 augustus 2005 een gezamenlijke huishouding voerde, waardoor het recht op bijstand verviel.
Appellante voerde aan dat de terugvordering onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen had, waaronder het verlaten van haar woning en toegenomen schulden. De Raad oordeelde echter dat het College beleid hanteert waarbij alleen bij dringende redenen van terugvordering kan worden afgezien. In deze zaak zag de Raad geen dringende reden om af te zien van terugvordering, noch voldoende grond om het beleid te wijzigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet aan appellante opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand wordt bevestigd.