ECLI:NL:CRVB:2010:BM5942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omzetting studiefinanciering naar thuiswonende norm wegens adresafwijking
Appellante had studiefinanciering ontvangen op basis van de norm voor een uitwonende studerende. De Minister stelde vast dat het woonadres dat appellante aan de Minister had opgegeven afweek van het adres waarop zij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) stond ingeschreven. Ondanks een waarschuwing om deze afwijking binnen vier weken te corrigeren, werd dit niet gedaan. Daarom werd de beurs met terugwerkende kracht per mei 2008 omgezet naar de norm voor een thuiswonende studerende.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de uitleg van het begrip 'door de studerende verstrekt adres' in artikel 1.5 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) onjuist was toegepast en dat zij redelijkerwijs geen verwijt kon worden gemaakt van de adresafwijking. Tevens stelde zij dat de hardheidsclausule van artikel 11.5 Wsf 2000 toegepast had moeten worden.
De Raad verwierp deze grieven. De Raad bevestigde dat het begrip adres in artikel 1.5 Wsf 2000 geen onderscheid maakt tussen het adres van de studerende of dat van de ouders. De Raad stelde vast dat er sprake was van een adresafwijking en dat appellante hiervoor verwijtbaar was. De hardheidsclausule was niet van toepassing omdat er geen onvoorziene gevolgen waren.
Daarmee werd de aangevallen uitspraak van de rechtbank Assen bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omzetting van de studiefinanciering wordt bevestigd.