ECLI:NL:CRVB:2010:BM5939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- N.M. van Gorkum
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende verzekeringsgeneeskundige heroverweging
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering waarbij haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 15 tot 25% in plaats van 55 tot 65%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was verricht omdat het primaire onderzoek was uitgevoerd door een niet-geregistreerde verzekeringsarts en dat dit gebrek niet was hersteld.
De Raad oordeelde dat het primaire medisch onderzoek inderdaad niet zorgvuldig was uitgevoerd en dat de bezwaarverzekeringsarts dit gebrek niet adequaat had hersteld, omdat hij alleen de huisarts had geraadpleegd zonder nader medisch onderzoek. De Raad zag daarom geen sprake van een toereikende verzekeringsgeneeskundige heroverweging.
Met toepassing van artikel 21, zesde lid, van de Beroepswet droeg de Raad het UWV op het gebrek te herstellen door appellante ten minste nader te laten onderzoeken door een bezwaarverzekeringsarts. Tevens werd appellante geadviseerd relevante medische gegevens aan te leveren. De Raad verwierp het beroep op schending van het eigendomsrecht onder het EVRM.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het gebrek in het medisch onderzoek te herstellen door nader onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts.