ECLI:NL:CRVB:2010:BM5863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek hernieuwde WAZ-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante had een WAZ-uitkering die in 2003 werd ingetrokken vanwege inkomsten uit arbeid. Zij verzocht in 2007 en opnieuw in 2008 om hernieuwde toekenning van de uitkering op grond van vermeende toegenomen klachten. Het UWV wees beide verzoeken af, met het argument dat de toegang tot de WAZ per 1 augustus 2004 was gesloten en dat appellante niet vóór die datum arbeidsongeschikt was geworden.
Appellante beriep zich op het vertrouwensbeginsel en stelde dat haar belastbaarheid was afgenomen, maar deze argumenten werden door het UWV en de rechtbank verworpen. De Raad oordeelde dat het verzoek moest worden beoordeeld als een verzoek tot terugkomen van een onherroepelijk besluit volgens artikel 4:6 Awb Pro. Er waren geen nieuwe feiten of omstandigheden die een heroverweging rechtvaardigden.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep van appellante af. Er werd geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2010.
Uitkomst: Het verzoek om opnieuw in aanmerking te komen voor een WAZ-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden.