ECLI:NL:CRVB:2010:BM5201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. de Mooij
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken verzekeringsrecht AKW
Appellant, woonachtig in Turkije en sinds 1982 houder van een WAO-uitkering, heeft in maart 2006 kinderbijslag aangevraagd voor zijn twee kinderen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellant niet verzekerd is voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en het recht op kinderbijslag niet met terugwerkende kracht kan worden toegekend, behalve in bijzondere gevallen die hier niet van toepassing zijn.
Appellant stelde dat hij in 2000 en 2001 vrijwillig verzekerd was voor de AKW, maar de Raad oordeelde dat een dergelijke vrijwillige verzekering niet bestaat. Tevens bleek uit het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 dat appellant niet verzekerd was omdat zijn WAO-uitkering minder bedroeg dan 35% van het Nederlandse bruto minimumloon.
De rechtbank Amsterdam had het bezwaar van appellant tegen het besluit van de Svb ongegrond verklaard, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor een verdergaande terugwerkende kracht van het recht op kinderbijslag en appellant voldoet niet aan de verzekeringsvereisten van de AKW.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van kinderbijslag wordt bevestigd.