ECLI:NL:CRVB:2010:BM5093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WIA- en ziekengelduitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig transportplanner, werd wegens psychische klachten arbeidsongeschikt verklaard en vroeg om een WIA-uitkering en ziekengeld. Het UWV weigerde deze uitkeringen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen toegenomen arbeidsongeschiktheid kon worden vastgesteld.
De rechtbanken verklaarden de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant niet waren onderschat. Ook concludeerde de Raad dat de door appellant te bezoeken trombosedienst geen reden is voor een duurbeperking.
De Raad verwierp de diagnose posttraumatische stressstoornis van appellant omdat de noodzakelijke levensbedreigende gebeurtenis ontbrak. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan het standpunt van het UWV dat appellant niet toegenomen arbeidsongeschikt is geworden door dezelfde of een nieuwe ziekteoorzaak binnen vier weken na afloop van de wachttijd.
De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant en dat hij voor deze functies niet ongeschikt is. De aangevallen uitspraken van de rechtbanken worden daarmee bevestigd en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellant een WIA-uitkering en ziekengeld toe te kennen wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid.