ECLI:NL:CRVB:2010:BM4557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en beëindiging ziekengeld na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante was commercieel administratief medewerkster en ontving een WAO-uitkering na een ongeval met nek- en duizeligheidsklachten. Na herbeoordeling door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat zij geschikt was voor haar maatgevende arbeid, waarop het UWV haar WAO-uitkering introk en het ziekengeld beëindigde.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige onderbouwing voldoende achtte. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen, zoals hoofdpijn, tintelingen en concentratiestoornissen, onvoldoende waren erkend, maar bracht geen nieuwe medische gegevens naar voren.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat er geen reden was om de vastgestelde beperkingen en de arbeidskundige beoordeling in twijfel te trekken. Ook de beëindiging van het ziekengeld werd bevestigd, omdat appellante volgens de verzekeringsartsen weer in staat was haar maatgevende arbeid te verrichten.
De Raad wees een vergoeding van proceskosten af en bevestigde de aangevallen uitspraken in het openbaar op 12 mei 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en de beëindiging van het ziekengeld.