ECLI:NL:CRVB:2010:BM4125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering en vaststelling draagkracht per 1 juni 2007 in studiefinancieringszaak
Appellante verzocht op 21 februari 2007 om een draagkrachtmeting, maar leverde de gevraagde gegevens niet tijdig aan. De Minister wees haar bij brief van 27 maart 2007 op de noodzaak binnen vier weken de stukken aan te leveren, met de waarschuwing dat bij uitblijven het verzoek niet in behandeling zou worden genomen. Appellante reageerde niet tijdig, waardoor de Minister het verzoek terecht buiten behandeling stelde.
Vervolgens zond appellante op 31 mei 2007 alsnog de gevraagde stukken in, wat de Minister als een nieuwe aanvraag beschouwde en de draagkracht per 1 juni 2007 vaststelde op €23,28 per maand. Appellante stelde dat de draagkracht reeds per 1 januari 2006 vastgesteld had moeten worden en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden, maar de Raad oordeelde dat het geschil uitsluitend betrekking had op het verzoek uit 2007 en dat de hardheidsclausule hier niet van toepassing was.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 27 januari 2009 en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 mei 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van de draagkracht per 1 juni 2007 op €23,28 per maand wordt bevestigd.