ECLI:NL:CRVB:2010:BM4114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening WAO-vervolgdagloon zonder nabetaling 2005
Appellante ontving een WAO-uitkering en betwistte de berekening van haar WAO-vervolgdagloon door het UWV, omdat een nabetaling uit 2005 niet was meegenomen. Het UWV stelde dat alleen het daadwerkelijk genoten loon in de referteperiode relevant was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad overwoog dat het loon waarvan sprake was, ondanks de latere nabetaling, reeds vanaf december 2002 inbaar was. Appellante had weliswaar verzoeken gedaan tot uitbetaling, maar geen verdere actie ondernomen om het loon daadwerkelijk te innen. Dit betekent dat het loon niet als niet-inbaar kan worden aangemerkt. De Raad volgde hiermee de uitleg van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen en eerdere jurisprudentie.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht is uitgegaan van het daadwerkelijk genoten loon in de referteperiode en de nabetaling uit 2005 buiten beschouwing mocht laten. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de berekening van het WAO-vervolgdagloon zonder nabetaling 2005 bevestigd.