ECLI:NL:CRVB:2010:BM3927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid tot eigen werk per 1992 bevestigd
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam die oordeelde dat betrokkene de wachttijd voor de WAO had vervuld en dat twijfel over zijn medische situatie niet voor zijn risico mocht komen. De rechtbank had het UWV opgedragen de maagklachten alsnog te beoordelen.
In hoger beroep stond centraal of het belastbaarheidspatroon van 4 juni 2008, waarin betrokkene geschikt werd geacht voor zijn werk in een bamikokerij, juist was opgesteld. Medische rapporten toonden aan dat betrokkene in 1991 uitviel wegens borst- en maagklachten, maar dat deze klachten na behandeling waren verdwenen en geen blijvende beperkingen veroorzaakten.
De Raad concludeerde dat de medische informatie uit 1991/1992 voldoende was om te bepalen dat betrokkene geschikt was voor zijn werk. Latere medische bevindingen uit 2003, waaronder de diagnose ziekte van Crohn, waren niet relevant voor de situatie per 1992. Het beroep van het UWV werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van het UWV tegen de weigering van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.