ECLI:NL:CRVB:2010:BM3701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- K. Zeilemaker
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Geen verjaring bij terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering
Appellant ontving vanaf 8 april 1997 een WAO-uitkering die later met terugwerkende kracht werd ingetrokken omdat hij vanaf 1 juli 2000 inkomsten genoot boven het maatmanloon. Het UWV vorderde de onverschuldigd betaalde uitkering over de periode 1 juli 2000 tot 1 augustus 2002 terug. Appellant stelde dat de vordering verjaard was en dat er sprake was van dringende redenen om terugvordering te voorkomen.
De Raad oordeelde dat de verjaringstermijn van vijf jaar was gestuit door een brief van het UWV van 20 juni 2005 waarin het voornemen tot terugvordering werd medegedeeld. Het rapport werknemersfraude uit januari 2005 was niet relevant voor deze zaak. De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat appellant geen dringende redenen had aangetoond die terugvordering onaanvaardbaar zouden maken.
Het hoger beroep van appellant werd verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Breda werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van de onverschuldigd betaalde WAO-uitkering blijft gehandhaafd.