ECLI:NL:CRVB:2010:BM3596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herzieningsbesluit WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellant, voormalig timmerman, meldde zich arbeidsongeschikt in 1998 vanwege achillespeesklachten en ontving een WAO-uitkering gebaseerd op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde in 2008 de arbeidsongeschiktheid vast op 35-45% en verklaarde bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat appellant geschikt was voor lichte functies volgens de Functionele Mogelijkhedenlijst.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn fysieke toestand verslechterd was en dat herstel niet mogelijk was, en verzocht om benoeming van een deskundige. De Raad overwoog dat de nieuwe argumenten geen andere beoordeling rechtvaardigden en sloot zich aan bij de rechtbank. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dat de onderzoeken na de datum in geschil geen aanleiding gaven tot een ander oordeel.
De Raad concludeerde dat appellant geschikt is voor de functies waarop de schatting is gebaseerd en zag geen reden een deskundige te raadplegen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.