ECLI:NL:CRVB:2010:BM3572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. de Mooij
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderbijslag voor studerende kinderen na overgangsregeling
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin haar beroep tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om geen kinderbijslag toe te kennen vanaf het derde kwartaal van 1998 tot en met het eerste kwartaal van 2000 ongegrond werd verklaard.
De kern van het geschil betreft het recht op kinderbijslag voor studerende kinderen vanaf 18 jaar, waarbij de overgangsregeling uit de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) centraal staat. Deze regeling handhaafde het recht op kinderbijslag voor kinderen geboren voor 1 oktober 1986 tot hun 25ste verjaardag, mits zij hetzelfde onderwijs volgden als op 1 oktober 1995. De Raad oordeelt dat het universitaire onderwijs vanaf het vierde kwartaal van 1998 niet als hetzelfde onderwijs kan worden aangemerkt.
Verder is vastgesteld dat de hoogte van de kinderbijslag volgens artikel 12 AKW Pro correct is vastgesteld en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking rechtvaardigen. Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.